Sunday, 30 September 2012

Questions and Negations

Extra oefeningen voor Questions and Negations:

vragen maken
oefening 1 (vragen maken met to be; am/is/are)
oefening 2 (vragen maken met to be; am/is/are)
oefening 3 (kies do/does)
oefening 4 (kies do/does)
oefening 5 (vragen maken met hoofdwerkwoorden)
oefening 6 (vragen maken met hoofdwerkwoorden)
oefening 7 (vragen maken met hoofdwerkwoorden)
oefening 8 (vragen in de verleden tijd - tweede klas!)

ontkenningen maken
oefening 1 (maak ontkennend met hoofdwerkwoorden en to be)
oefening 2 (maak ontkennend met hoofdwerkwoorden en to be)
oefening 3 (maak ontkennend met hoofdwerkwoorden)
oefening 4 (maak ontkennend met hoofdwerkwoorden)
oefening 5 (maak de zin links ontkennend met hoofd- en hulpwerkwoorden)
oefening 6 (maak de zin links ontkennend met hoofd- en hulpwerkwoorden)
oefening 7 (maak de zin links ontkennend met hoofd- en hulpwerkwoorden)
oefening 8 (maak de zin links ontkennend met hoofd- en hulpwerkwoorden)
oefening 9 (maak vragend en ontkennend met hoofd- en hulpwerkwoorden)
oefening 10 (maak ontkennend met hoofd- en hulpwerkwoorden in present/past simple - tweede klas!)
oefening 11 (maak ontkennend met hoofd- en hulpwerkwoorden in present/past simple - tweede klas!)
oefening 12 (maak vragend en ontkennend - tweede klas!
oefening 12 (maak ontkennend met meerdere tijden - derde klas!

Video uitleg van Questions and Negations (hulpwerkwoorden)

Video uitleg van Questions and Negations (hoofdwerkwoorden)








Quiz hulpwerkwoorden (vragen en ontkenningen)

Thursday, 27 September 2012

Gerund and Full verb + to

Extra oefeningen bij Gerund and Full verb + to: oefening 1 (kies gerund, infinitive, full verb + to) - oefening 2 (kies gerund, infinitive, full verb + to)- oefening 3 (kies gerund, infinitive, full verb + to) - oefening 4 - (kies gerund, infinitive, full verb + to) - oefening 5 (gerund of to infinitive) - oefening 6 (MC-vragen: gerund, to infinitive of allebei mogelijk)- oefening 7 (gerund of to infinitive) - oefening 8 (gerund of to infinitive) - oefening 9 (gerund of to infinitive) - oefening 10 (makkelijk, alleen gerund invullen) - oefening 11 (heel veel oefeningen bij elkaar) - extra oefeningen - extra oefeningen (fijn voor in de les)

EXTRA
oefening 1 - oefening 2 - oefening 3 - oefening 4 - eindoefening
update: extra uitlegveel voorbeelden met verschillende werkwoorden (ga met muis over werkwoorden voor voorbeelden)

update 2: extra oefening uit de les + antwoorden / nieuwe UITLEG (heel duidelijk, if I may say so :D)



Oefentoets (deel 2)



Oefentoets (deel 1)

Sunday, 23 September 2012

Questions and Negations

Extra oefeningen bij: Questions and Negations: oefening 1 - oefening 2 - oefening 3 - oefening 4 (beetje naar beneden scrollen) - oefening 5 (beetje naar beneden scrollen) - oefening 6 - oefening 7 (moeilijk!)




Wednesday, 19 September 2012

Present Perfect (v.t.t)

Extra oefeningen bij de Present Perfect:
oefening 1 (niet zo moeilijk) - oefening 2 (niet zo moeilijk) - oefening 3 (lastig) - oefening 4 (lastig) - oefening 5 (lastig) - oefening 6; simple past of present perfect (moeilijk!) - oefening 7; simple past of present perfect (moeilijk!)

Present and Past Simple/Continuous


Extra exercises for Present and Past Simple/Continuous: oefening 1 (present simple/cont, past simple) - oefening 2 (simple past/past cont) - oefening 3 (simple past/past cont) - oefening 4 (present simple/cont, past simple) - oefening 5 (past simple/cont) - oefening 6 (present simple/cont) - oefening 7 (present simple/cont) - oefening 8 (present simple/cont) - oefening 9 (present simple/cont) - oefening 10 (past continuous) - oefening 11 (past cont.-easy) - oefening 12 (past cont.-medium) - oefening 13 (past cont.-hard) - oefening 14 (past cont.)



Present and past simple continuous from fishandchips

Extra opdrachten voor het verschil tussen de Present Simple en de Present Continuous:
  • Voor welke situaties/Wanneer gebruik je de Present Simple?
  • Voor welke situaties/Wanneer gebruik je de Present Continuous?
  • Geef van beide tijden 3 verschillende voorbeelden in de vorm van complete Engelse zinnen.
  • ‘sometimes’  is een signaalwoord voor de Present Simple. Ken je er nog 4? En noem 3 signaalwoorden voor de Present Continuous.
  • Maak 3 verschillende zinnen. Gebruik in het Engels: “Normaal gesproken…., maar nu/vandaag…..”
Extra opdrachten voor het verschil tussen de Present Simple en de Present Continuous:

  • Voor welke situaties/Wanneer gebruik je de Past Simple?
  • Voor welke situaties/Wanneer gebruik je de Past Continuous?
  • Geef van beide tijden 3 verschillende voorbeelden in de vorm van complete Engelse zinnen.
  • ‘while  is een signaalwoord voor de Past Continuous. Ken je er nog 1? En noem 5 signaalwoorden voor de Past Simple.
  • Maak 3 verschillende zinnen. Vertel over activiteiten die bezig waren of die je aan het doen was toen er ineens iets anders gebeurde. Denk goed wel activiteit de Past Simple krijgt en welke de Past Continuous. Laat een klasgenoot je werk controleren.


Sunday, 16 September 2012

WH-questions

Extra oefeningen bij WH-questions: oefening 1 - oefening 2 - oefening 3 - oefening 4 - oefening 5 (vraagzin bouwen) - oefening 6 (vraagzin bouwen) - oefening 7 (klein beetje naar beneden scrollen) - oefening 8




Ordinals

Extra oefeningen bij Ordinals: oefening 1 (letters staan in verkeerde volgorde, zet ze goed) - oefening 2 - oefening 3 - oefening 4 (nummer de nominale met de ordinale getallen) - oefening 5 -  oefening 6 - oefening 7 - oefening 8 (pdf worksheets)

Sunday, 9 September 2012

Sunday, 2 September 2012

Past Simple - Questions and Negations

Extra oefeningen bij Past Simple - Questions and Negations: oefening 1 - oefening 2 - oefening 3 - oefening 4 - oefening 5 - oefening 6








Personal and Possessive pronouns

Extra oefeningen bij Personal and Possessive pronouns: oefening 1 - oefening 2 - oefening 3 - oefening 4 - oefening 5 - oefening 6 - oefening 7 (in je schrift maken!) - oefening 8 (hele leuke!)



Extra oefeningen bij persoonlijke voornaamwoorden/personal pronouns

  • Wat zijn persoonlijke voornaamwoorden? Welke ken je in het Nederlands?
  • Welke functie hebben ze in een zin? Waar staan ze in de zin?
  • Welke Engelse persoonlijke voornaamwoorden zijn er?\
  • Je kunt het persoonlijk voornaamwoord vervangen voor een voorwerp, dier, plaats of naam. Geef voor elk persoonlijk voornaamwoord een voorbeeld.
  • Zoek foto’s van mensen, dieren, voorwerpen of plaatsen en beschrijf ze in een Engelse zin. Gebruik 8 foto’s en dus ook de 8 verschillende Engelse persoonlijke voornaamwoorden.
  • Schrijf een kort verhaal van minimaal 150 woorden waarbij je alle persoonlijke voornaamwoorden gebruikt. Laat je verhaal lezen/controleren door een klasgenoot.

Extra oefeningen bij bezittelijke voornaamwoorden/possessive pronouns

  • Ik heb een fiets. Dat is dan MIJN fiets. In het Nederlands staat het bezittelijk voornaamwoord MIJN voor het onderwerp (het bezit). Waar staat het bezittelijk voornaamwoord in een Engelse zin?
  • Welke Engelse bezittelijke voornaamwoorden zijn er?
  • Koppel de persoonlijke voornaamwoorden aan de bezittelijke voornaamwoorden. Maak twee kolommen en schrijf de persoonlijke voornaamwoorden links, de bezittelijke rechts. Laat een klasgenoot het controleren.
  • Gebruik de 8 bezittelijke voornaamwoorden in combinatie met het woord ‘teacher’. Schrijf voor elke persoon een roddel over de docent. Voorbeeld: My teacher smells really bad!


Personal pronouns


Possessive pronouns